24 May 2014

A jackeen laments the Blaskets by Brendan Behan

Brendan Behan
[1923-1964]

A Jackeen Laments the Blaskets

To Seán Ó Briain from Ballyferriter


The great sea under the sun will lie like a mirror,
Not a boat sailing, not a living sign from a sinner,
The golden eagle aloft in the distance, the last
Vestige of life by the ruined abandoned Blaskets.

The sun will be gone, the shadow of night spreading
As the moon, rising, through a cloud coldly stretches
Its ghostly fingers over the silent earth
Where, wracked, the shells of the houses stand deserted

- Silent save for the birds all homeward flying
Glad to be back, their heads on their breasts lying,
And the wind soughing, softly a half-door swinging
By cold wet hearths, their fires forever extinguished.


Mountjoy, August 1948



Brendan Behan
[1923-1964]
Een Dubliner rouwt om de Blaskets

Voor Seán Ó Brian uit Ballyferriter

De grote zee ligt er als een spiegel onder de zon,
met nergens een boot, geen levensteken van een zondaar,
de steenarend in de verte hoog in de lucht, het laatste
spoor van leven bij de geruïneerde in de steek gelaten Blaskets.

De zon gaat onder, de schaduw van de nacht verspreidt zich
als de maan, opkomend, door een wolk, kouwelijk haar
spookachtige vingers strekt over de stille aarde waar,
vervallen, de geraamtes van de verlaten huizen staan

- onuitgesproken veilig voor de vogels die huiswaarts vliegen,
blij om terug te zijn, hun kop in hun veren verborgen
en de wind zucht, zacht gaat een halve deur heen en weer,
vlakbij koude natte haarden, hun vuren zijn voorgoed gedoofd.

Mountjoy, augustus 1948

(Translation into Dutch by Hans van den Bos)